Foto:
Huub

Koopavond

  Column

HUUB

De mooiste koopavonden waren in de winter. In het donker. Met een vast groepje van onze middelbare school gingen we op vrijdagavond naar ‘de stad’. Het was er druk en gezellig. We trokken een kroketje uit de muur bij Rest-o-Ricus, dronken wat bij Apple en sjokten, zonder geld maar met veel lol door de V&D. We zagen vrienden en vriendinnen uit andere klassen van de school en deden dingen die 16- en 17-jarigen doen.

Afgelopen vrijdagavond liep ik door de Veestraat. Niet om te winkelen of om een kroketje te scoren, maar omdat ik vanaf de Steenweg naar de Molenstraat moest. Was het wel vrijdag? Ja, dat was het. Toch maakte het winkelgebied een beetje een naargeestige indruk. De Veestraat was nagenoeg leeg. Mensen die er liepen hadden een uitgelopen vrijdagmiddagborrel achter de rug of gingen wat eten in een van de restaurants. De winkels die nog geen ‘te huur’ verkochten, waren open, maar klanten trokken ze nauwelijks.

Al jaren klagen, met name kleine ondernemers over de verruimde openingstijden van de winkels. Vooral de zondag is ze daarbij een doorn in het oog. En dat snap ik. Toch lijkt het erop dat juist die zondag steeds meer mensen naar de stad trekt. En ja, dan kun je je deur natuurlijk wel gesloten houden, maar of dat slim is in deze magere tijden, dat vraag ik me af.

Als ik het Centrummanagement Helmond was, zou ik eens om de tafel gaan zitten met de ondernemers in het centrum. Gesprekonderwerp: de wekelijkse koopavond en de vraag of we daar niet beter mee kunnen stoppen. Mensen hebben er geen trek meer in, geen behoefte meer aan. De koopavond stamt uit een tijd dat mensen van 9 tot 5 werkten. De vrijdagavond was een mooi moment om samen een paar uurtjes te shoppen. Maar tijden veranderen. De werktijden zijn flexibeler geworden en de zondag heeft langzaam maar zeker de rol van de vrijdagavond overgenomen. Waarom die deur nog drie uur extra open?

Huub

Meer berichten