Foto: Foto:
Huub

Ons doktertje

  Column

Ik kom niet vaak bij de huisartsenpost, maar soms moet het. Zoals afgelopen week. De stekende pijn die mij op zaterdagavond overviel, bracht me voor een keer dan toch bij de spoedpost in het ziekenhuis. Jules was er ook. Jules is een boom van een vent. Marktkoopman met een niet te missen, bulderende lach. Van spoed was bij hem geen sprake, zei hij me lachend. 'Mennen errum du wa zir', zegt hij. Om vervolgens aan te geven dat hij altijd naar de weekenddokter gaat. 'Heb anders geen tijd. Haha.'

Ik vond het een prettig toeval dat mijn eigen dokter dienst had. Dat voelt vertrouwd. Ze onderzocht mijn buik en stelde me gerust. Als de pijn in de loop van het weekend erger werd, moest ik zeker bellen. En ja, het was goed dat ik toch even gekomen was. Ondanks de drukte op de spoedpost, zei ze.

Ik koester een diep respect voor onze dokter. 'Doktertje', noemen we haar bij ons thuis. Ze meet hoogstens 1.60, maar die 1.60 zijn wel helemaal dokter. Ze luistert, neemt de tijd en neemt je serieus. Als je tegenover haar zit, heeft ze aan een blik op haar scherm genoeg om alles over je te weten. Inclusief je familie. En of het nu acht uur 's ochtends of zes uur 's avonds is, altijd staat ze voor je klaar. Altijd combineert ze die vriendelijke lach met haar deskundige doktersblik.

Ik las vorige week dat meer dan de helft van de huisartsen in ons land de noodzakelijke werkzaamheden niet afkrijgt, in de normale werkuren. En dat is niet gek. Mensen worden ouder, leven ongezonder en eisen steeds meer zorg. Bovendien moeten huisartsen belachelijk veel registeren en schuiven ziekenhuizen steeds meer zorg naar diezelfde huisarts.

Ik hoop dat ons doktertje het nog lang volhoudt. En ik probeer haar alleen te bezoeken als het echt nodig is. Misschien ook een tip voor onze Jules, die zijn zorg bij voorkeur 'consumeert' in het weekend.

Huub

Meer berichten