De basisschool is mislukt, de peuterspeelzaal is aan de beurt

  Column

In het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw was mijn vader hoofd van een basisschool. Het was een van de eerste basisscholen van de stad, nadat kleuterscholen en lagere scholen in elkaar waren opgegaan. Mijn vader straalde van trots. Hij zag het helemaal zitten. 'Wij kunnen nog veel leren van die kleuterleidsters', zei hij tegen zijn onderwijzers en onderwijzeressen, die toen ineens allemaal leerkrachten basisonderwijs gingen heten.

Zijn trots werd de jaren daarna steeds groter. Wat hij verwacht had, gebeurde. Kinderen van groep drie en vier, de oude eerste en tweede klas, gingen weer in hoeken werken. Ze gingen 's middags buiten spelen en in groep drie verscheen soms zelfs een poppenhoek. Af en toe gingen de kinderen van groep drie terug naar hun oude kleuterklas om samen met de kleuters te luisteren naar een verhaal, of om samen te spelen. En kinderen die al konden lezen, mochten voorlezen aan de kleinsten. De overgang van de kleutertijd naar de tijd dat je 'lagere-schoolkind' bent, verliep glijdend. En bij de ene was die glijbaan wat steiler of hobbeliger dan bij de andere. Het was prima.

Dertig jaar verder constateer ik dat de basisschool, ondanks de mooie start en ondanks hele mooie uitzonderingen, mislukt is. De goede eigenschappen van de kleuterschool zijn niet doorgevoerd naar de rest van de basisschool, maar het tegenovergestelde is gebeurd. Kleuters zijn geen kleuters meer, maar klein uitgevallen lagere-schoolkinderen. Die niet meer in groep drie, maar al in groep één of twee moeten leren lezen en rekenen. Die getoetst worden, aan een tafeltje. Die extra zorg krijgen, omdat ze niet op hun stoel kunnen blijven zitten, omdat ze liever willen spelen, niet geconcentreerd zijn…

Het idee was goed. Maar als mijn vader het nu zag, zou hij zich omdraaien in zijn graf. De basisschool is mislukt. Nu is de peuterspeelzaal aan de beurt.

Huub

Meer berichten