Een voorbeeld van een missaal. Deze is in Hulsbergen  gemaakt en nu te vinden is in het museum Meermanno in Den Haag. Foto: Veluws Nieuws.
Een voorbeeld van een missaal. Deze is in Hulsbergen gemaakt en nu te vinden is in het museum Meermanno in Den Haag. Foto: Veluws Nieuws. (Foto: Veluws Nieuws )

Vanuit Aarle-Rixtel naar het oosten

Zestien was hij, toen de oorlog uitbrak. In de twee jaar daarna broedde de jongen op Zijn Grote Plan. Waar hij de moed vandaan haalde, blijft gissen. Had Johan Wigmans een strijdlustig karakter? Of vond hij vertrouwen in de naam van de dorpsharmonie, die De Goede Hoop heette?

Het is 1942. Johan, die zich bij de geallieerden wil aansluiten, is vastbesloten om de oversteek naar Engeland te wagen. Maar tussen droom en daad staan Wehrmacht en praktische bezwaren. Hij verzint een list: in een mengeling van lef en lichtvaardigheid meldt hij zich aan bij de Luftwaffe. Een vliegbrevet heeft hij nog niet, maar alleen al het vooruitzicht van desertie geeft Johan vleugels. Het Duitse leger lijft hem in bij de infanterie. In de hoop dat hij in Libië zal kunnen deserteren, geeft Johan zich op voor het Afrikaleger van de Duitse veldmaarschalk Rommel. Maar ook die nooduitgang bereikt hij niet. In 1942 wordt hij naar het Oostfront gestuurd. Drie weken na zijn aankomst zoekt Johan zijn toevlucht achter de Russische linies. Zo hoopt hij via een omweg alsnog de westerse geallieerden te bereiken. Aanvankelijk behandelen de Sovjets hem fatsoenlijk, al houden ze hem krijgsgevangen. Maar al snel werkt Johan zich verder in de nesten: in het gevangenenkamp van Tambov vraagt hij aan een theoloog om een vertrouwelijke brief te smokkelen. Het schrijfsel belandt in Russische handen. De envelop, die 'Aan de Nederlandse vertegenwoordiger te Algiers of aan de Engelse geheime dienst' is geadresseerd, wekt argwaan. Op verdenking van spionage arresteren de Sovjets hem. In 1946 wordt Johan tot tien jaar dwangarbeid veroordeeld. Zo eindigt zijn hunker naar het westen in een strafkamp in het oosten.

Na ruim zes jaar gevangenschap in Centraal-Azië en Siberië keerde Johan in Nederland terug. Zijn missaal was het enige dat de avonturen had overleefd. Wel waren er bladzijden uit gescheurd, om grassigaretten van te rollen. Na terugkeer bezocht Johan de Sint-Jan in Den Bosch, waar hij naar verluidt snikkend voor het beeld van de Zoete Lieve Vrouw neerviel. Er volgde een retraite van een half jaar in de Achelse Kluis. Daar schreef hij het boek Ik Was Een Der Millioenen, met de ondertitel '3650 Dagen in Rusland en Siberië.' Van het boek volgden vertalingen in het Duits, Engels en Spaans. Ook hield Wigmans drukbezochte lezingen. Sommigen lustten wel pap van zijn getuigenissen. Zo stelde een invloedrijk pater dat Maria, bij haar verschijning in Fatima, de kwellingen van Johan en anderen gelovigen in de Sovjet-Unie had voorspeld. In de ogen van de Communistische Partij van Nederlandwaren de lezingen van Wigmans een katholieke doofpotactie. Oogmerk: de weinig daadkrachtige houding van de rooms-katholieke kerk in de oorlog verbloemen. In 1956 zet een journalist van De Telegraaf vraagtekens bij het boek. Op sommige vragen volgt eeuwige stilte. In 2014 is Johan Wigmans overleden.

Meer berichten