Gerarda Vogels uit Brouwhuis vertelt haar verhaal.
Gerarda Vogels uit Brouwhuis vertelt haar verhaal. (Foto: )

Bij het verzet in Brouwhuis

Liesbeth van Sas

Iets betekenen voor ons land

Gerarda Vogels uit Brouwhuis was pas twee jaar oud toen de oorlog uitbrak, maar zij heeft zij er nog wel herinneringen aan. Zeker als het boek 'Son of another earth', geschreven door haar vijftien jaar oudere broer Arnold, door haar Noud genoemd, op tafel komt. Hierin beschreef hij onder andere zijn herinneringen aan de oorlog.

Helmond - In het begin merkte Noud, de oudste van de tien kinderen van Gerardus Vogels en Catharina van Bree, woonachtig op de Grashoeve in Brouwhuis, niet veel van de oorlog. In 1941 kregen ze eerst identiteitsbewijzen en later bonnen voor voedsel. Alles ging op rantsoen; afhankelijk van de gezinssamenstelling kreeg men een hoeveelheid bonnen. Omdat ze op een boerderij woonden, hadden ze koren, aardappels, koeien en varkens. Hoewel het verboden was, slachtten ze soms illegaal een varken of kalveren voor het vlees, wat ze verkochten op de zwarte markt.

In 1942 werd het leven steeds zwaarder en veel mannen werden naar Duitsland gestuurd om daar voor Hitler's 'oorlogsmachine' te werken. Er was een meldingsplicht, maar Noud en zijn broer Frank besloten zich niet te laten registreren. Als ze opgepakt werden, zouden ze naar Duitsland gestuurd worden. Ze moesten dus onderduiken. Ze vervalsten identiteitsbewijzen en zo kon hun vader hun rantsoenen ophalen. De vader maakte voor zijn twee zoons een verstopplek met twee bedden erin op de vliering waar het hooi werd bewaard. Dit herinnert Gerarda zich nog goed. "Ik moest regelmatig de bedden opmaken voor mijn broers. Ze sliepen daar tot het einde van de oorlog. Als er een razzia dreigde, sliepen ze niet thuis maar gingen het veld in met een paar dekens."

Op een zondagmorgen in de winter van 1943 – 1944 kwam de RAF terug van een bij daglicht uitgevoerde bommenwerpactie in Duitsland. Een bommenwerper was geraakt en stortte neer in De Rakt. De Duitsers waren snel ter plaatse en gingen op zoek naar de vermiste bemanningsleden. Na twee dagen vergeefs gezocht te hebben, dachten de Duitsers dat Cor Schrama, die op zijn fiets voorbij kwam op weg naar zijn ouderlijk huis om te helpen bij het dorsen, een van de gezochte Engelsen was en schoten op hem. Hij overleed een uur later in het ziekenhuis in Helmond.

Met vrienden plunderde Noud het vliegtuig; hij nam veel kogels mee. Daags daarna werd Noud gevraagd lid te worden van het verzet. Eindelijk kon hij iets voor zijn land betekenen! Hij moest illegale kranten verspreiden en bonnenboekjes, en hij ging geld ophalen voor het verzet. Later overviel hij ook distrubutitiekantoren en stal bonnenboekjes. Die werden dan naar de boeren gebracht waar uit Duitsland teruggekeerde onderduikers waren.

Toen de Engelsen kwamen, was iedereen opgetogen en niet meer bang; er werd gezongen en gedanst op straat tot 's morgens vroeg. De verzetsmensen, vijftien in totaal, konden hun oranje armbanden openlijk dragen en maakten kwartier in de lagere school, ze liepen wacht, verzamelden overgebleven Duits wapentuig en brachten tien Duitse gevangenen weg naar Helmond.

Er woonde een pro-Nazi familie aan de kanaaldijk. De vader was brug- en sluiswachter, twee zoons zaten in het Duitse leger (hun moeder was Duitse) en een van de twee dochters was volgens Noud betrokken bij het 'kweken' van een Arisch superras. Noud arresteerde met zijn verzetsgroep deze Nazi-familie. Terwijl ze naar het schoolgebouw liepen, werd de hele familie uitgescholden. Gerarda: "Ik weet nog dat mensen riepen dat ze de vrouwen kaal moesten scheren, maar onze Noud zorgde er voor dat dat niet gebeurde." De gevangenen gingen naar het politiestation in Helmond.

Op 29 oktober 1944 deden de Duitsers nog een aanval en bedreigden Vlierden. Overal in Brouwhuis werden evacuees ondergebracht. Er kwamen ook zo'n zeventien Engelse soldaten naar de boerderij. Een soldaat maakte het gezellig door op een accordeon te spelen. Plotseling brak de hel los. Twee Stukas bombardeerden de boerderij. In de hooischuur waren verschillende gewonde soldaten. Sergeant Major Ginger was dood. Gerarda herinnert zich nog dat deze sergeant een hele dag voor hun boederdij op de grond heeft gelegen: "Het was een akelig gezicht, ik was blij toen hij bij de kerk begraven werd." Later is hij naar een oorlogskerkhof gebracht.

Noud's broer Frank kwam er achter dat een heel gezin in Brouwhuis geen identiteitsbewijs had. Hij vermoedde dat het spionnen voor de Duitsers waren. Op 31 oktober 1944 gingen de twee broers er op af samen met 20 Engelse soldaten. De vijf vermeende spionnen moesten mee. Noud had al snel door dat het geen spionnen waren, maar dat hun ID-kaarten door het verzet in Vlierden in beslag waren genomen omdat zij deze mensen ook niet vertrouwden. Hij praatte met de vermeende spionnen en plotseling werd er, ter hoogte van Zeelenweg 1, op hen geschoten. Noud werd geraakt door vier kogels in zijn benen. Hij dacht dat hij ging sterven, hij zag Jezus voor zich. Maar hij werd geopereerd en bleef tweeenhalve maand in het ziekenhuis in Helmond. Gerarda: "O, dat heb ik nooit geweten, ze hebben mij altijd verteld dat een Engelse soldaat zijn wapen aan het schoon maken was en dat er toen per ongeluk kogels uit kwamen." Op 11 januari 1945 kwam Noud weer thuis, met krukken en een stijf been. Hij wilde zichzelf letterlijk wapenen voor een eventuele volgende oorlog, dus zocht en vond hij nog veel wapentuig in de omgeving.

Op 3 december 1950 emigreerde hij met zijn vrouw Ans naar Nieuw Zeeland. Noud had in 1972 nog een ontmoeting met Ron Purkis, die het bombardement van de boerderij ook meemaakte. Ron had namelijk een kopie van de gegevens van dat bombardement. Noud wist nu de reden van de aanval.

Meer berichten