Logo nieuwsblad-traverse.nl


Carel Wesselman (de heer van Helmond) zorgde ervoor dat het kanaal langs Helmond kwam te liggen.
Carel Wesselman (de heer van Helmond) zorgde ervoor dat het kanaal langs Helmond kwam te liggen.

Moeder van alle kanalen in Brabant

Cees Verhagen verzorgt op donderdag 9 november een lezing over de Zuid Willemsvaart met de titel 'De moeder van alle kanalen in Oost-Brabant'. De lezing begint om 20.00 uur in de Kamenij aan de Jeroen Boschstraat 19 in Helmond en wordt aangeboden door K.N.N.V. en I.V.N afdeling Helmond

In deze lezing van Cees Verhagen komen veel aspecten aan de orde, zoals de gravers, de bouwers, de vele alternatieve plannen en het geruzie met België over het Maaswater. De lange voorgeschiedenis, waarin de rivieren de Maas, de Dommel, de Aa, de Dieze en het Grand Canal du Nord (aangelegd door Napoleon) een rol hebben gespeeld zal besproken worden en waarom het kanaal op de plek kwam te liggen waar het nu ligt.
Carel Wesselman (de heer van Helmond) zorgde ervoor dat het kanaal langs Helmond kwam te liggen. Dit tot grote teleurstelling van Eindhoven dat liever de Dommelvariant had gezien. Het kanaal is meer dan een waterbouwkundige sleuf in het landschap, het is bepalend geweest voor de ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant en de beide Limburgen. Het kanaal snijdt met zijn prachtige bomen al meer dan 175 jaar het Brabants en Limburgs landschap. Dat is al zo lang dat niemand meer weet heeft van haar aanwezigheid. Weert heeft als grensstad een bijzondere positie ingenomen aan het kanaal. De scheiding met België leek voor Weert catastrofaal te zijn om dat de eeuwenoude handel met het zuiden noodgedwongen moest worden gestopt.
Het ombouwen van het 'Canal du Nord' tot Zuid Willemsvaart komt in de lezing aan de orde en als er tijd voor is ook de kanalen die later gegraven zijn, zoals het EIndhovens kanaal, Peelkanaaltje, Defensiekanaal, Afwateringskanaal Neer en het Kanaal van Deurne en de Helenavaart.
Het is onvoorstelbaar dat het 120 kilometer lange kanaal (het langste kanaal van 'Groot-Nederland') met 21 sluizen door circa 7000 arbeiders met de hand, schop, kruiwagens en manden, in ongeveer vier jaar gegraven is. De gravers kwamen meestal niet uit de directe omgeving. Zij kwamen vaak in groepen, soms met hun vrouwen en kinderen, uit Wallonië, Drenthe en Holland naar dit grote werk. Om zoveel mogelijk overlast te vermijden en besmetting van eventuele ontstane besmettelijke ziekten te voorkomen werden zij in kampementen ondergebracht. De meeste dorpen waren niet blij met de komst van het kanaal en waren niet gewend aan de vele vreemde werklui. Speciale aandacht zal de spreker aan de gravers en scheepsjagers schenken, deze laatste ook wel togers of teugelers genoemd. Zij trokken met hun paarden meer dan 100 jaar de schepen door het kanaal.

reageer als eerste
Meer berichten