<p>Geran Rooijackers volgde vanaf haar 38e weer taal- en rekenlessen.&nbsp;</p>

Geran Rooijackers volgde vanaf haar 38e weer taal- en rekenlessen. 

(Foto: Helmy van Dooren )

´Ik praat namens vele anderen´

Haar zoon vraagt waarom ze nu alweer in de krant moet. Maar moeder Geran Rooijackers uit Deurne geeft aan: “Ik doe dat niet voor mezelf, ik praat als laaggeletterde ook namens vele anderen.” Niet alleen zij, ook de cijfers bevestigen dat er nog veel mensen in Nederland zijn die moeite hebben met lezen en schrijven. Ruim 2,5 miljoen inwoners boven de 16 jaar zijn daarmee laaggeletterd. Komende week staat deze groep centraal in de Week van Lezen en Schrijven

DEURNE – “De generatie van 18 of 20 jaar, die net van school komt en toch moeite heeft met lezen en schrijven, durft dit verhaal nog niet te vertellen. Ik wil graag laten zien dat je niet de enige bent.” Al dacht ze dat lange tijd wel. “Je staat er mee op en gaat er mee naar bed. Bij alles wat je tegenkomt moet je kunnen lezen.”

Geran - 55 jaar geleden geboren als Van de Westerlo in Mierlo-Hout - bezocht de vroegere meisjesschool in haar woonplaats. In de eerste klas bleef ze zitten. Alle volgende jaren op de basisschool ging ze gewoon over, met een ‘toto-uitslag’. “Ik mocht onder schooltijd wel vaak een kleurplaat kleuren of een kopje koffie halen voor de juf. Omdat ik dat als enige mocht, dacht ik dat de juffen me heel lief vonden.”

In de zesde klas kreeg ze een laag schooladvies. “Maar ik wilde naaister worden en ik dacht: ‘Ik zal eens laten zien, wat ik kan’ en ik ging naar de huishoudschool. “Toen heb ik mezelf en iedereen jaren voor de gek gehouden.” Ze leerde heel hard en stampte alle stof in haar hoofd. “Ik slaagde met allemaal negens en tienen en één zes voor Nederlands.”

Haar droom, coupeuse worden, viel echter in duigen. “Dat zat niet in me,” zeiden ze op de huishoudschool. Daarop koos Geran Rooijackers voor een opleiding in kinder- en jeugdverzorging. “Die bleek toen te moeilijk. Na een half jaar kreeg ik een inzinking. Ik was gesloopt van al dat harde leren, maar ik kon ook bij niemand aankloppen. Toen ben ik maar gaan werken als kamermeisje bij De Brug in Mierlo. Daar had je geen diploma voor nodig.”

Later trouwde ze en verhuisde naar de Zeilberg. In Deurne vond ze werk bij tentenfabriek De Walker. “Deed ik toch nog iets met naaien. Ik was stikster en maakte de ramen in tenten.”

In 1994 werd haar zoon geboren. “Ik wilde niet dat hij hetzelfde zou krijgen als ik. En voorlezen is belangrijk, dus ik las hem elke dag een verhaaltje voor.” Toen haar zoon in groep 3 zat, gaf ze zichzelf op als leesmoeder. Dat ging goed, in groep 4 ook nog. “Maar vanaf groep 5 konden sommige kinderen beter spellen dan ik.”

Toen stapte ze na al die jaren naar de huisarts voor hulp. En via het maatschappelijk werk kwam ze uiteindelijk op haar 38e op het ROC terecht. Ze volgde daar zes jaar lang Nederlands. Ook pakte ze het rekenen op. “Rekenen was niet het probleem, maar omdat daar ook tekst bij staat, begreep ik het niet.”

Trots
Haar vader was trots dat ze weer naar school ging. “Hij was analfabeet, maar met een eigen frietzaak in Mierlo-Hout, dus die functioneerde toch wel.” Uiteindelijk gaf zijn dochter hém op 75- jarige leeftijd het laatste zetje om beter te leren lezen. “Hij kweekt parkieten en ik vroeg hem of hij niet zelf het blaadje van de vogelvereniging wilde kunnen lezen. Hij is nu 82 en verheugt zich nog steeds op de les.“

Ze gaat nu wat zelfverzekerder door het leven. Al blijven sommige woorden moeilijk. “Ik kan bijvoorbeeld de naam van een medicijn niet goed uitspreken. Daarom bel ik in plaats van de receptenlijn de assistente van de huisarts. Hoewel de huisartsenpraktijk weet dat ik laaggeletterd ben, is het me toch overkomen dat de assistente zei: ‘Daarvoor moet je de receptenlijn bellen’.

Vergelijkbare voorvallen vinden ook bij de apotheek plaats. “De apotheek vraagt geld voor de uitleg van een medicijn, maar legt niets uit. Als de assistente voor de tweede keer vraagt of je het begrepen hebt, dan zegt een laaggeletterde maar ja. Of ze zegt: ‘Dan moet u de bijsluiter lezen’. “

Ze is er verder van overtuigd dat veel laaggeletterden hun paspoort en rijbewijs laten verlopen omdat op het gemeentehuis de afspraak digitaal gemaakt moet worden. Dat is voor velen te moeilijk.

Taalambassadeur
Geran Rooijackers is taalambassadeur en zet zich onder andere via de stichting ABC in voor laaggeletterden. Zo geeft ze advies over de leesbaarheid van folders en websites. “Maar vaak hoor je na één keer niets meer van de organisatie of het bedrijf. Terwijl brieven van bijvoorbeeld de gemeente door de formulering vaak niet te begrijpen zijn.” Een paar jaar geleden heeft ze alsnog de opleiding tot coupeuse afgerond. Ditmaal bij een docente die ‘er steeds rekening mee hield dat ik niet zo goed kan lezen.’ Ik ben super trots!”

Week van Lezen en Schrijven
Van maandag 7 tot en met zondag 13 september is het de Week van Lezen en Schrijven. In deze week (voorheen Week van de Alfabetisering) is er extra aandacht voor het verminderen én voorkomen van laaggeletterdheid.

Zo’n 2,5 miljoen volwassenen lezen, schrijven en/of rekenen zo slecht dat ze onvoldoende kunnen meedoen aan de samenleving. Denk hierbij aan het niet kunnen begrijpen van brieven van instanties, bijsluiters van medicijnen en veiligheidsvoorschriften op het werk. Ruim de helft van deze groep, heeft een baan. Vaak missen laaggeletterden ook digitale vaardigheden om goed te kunnen omgaan met de computer, tablet en mobiele telefoon. Twee derde betreft mensen van autochtone afkomst.

Laaggeletterden worden vaak verward met analfabeten. De laatsten kunnen helemaal niets lezen of schrijven. Beide begrippen staan los van intelligentie.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden